Bij archeologisch onderzoek in het centrum van het Achterhoekse stadje Terborg zijn unieke resten uit de vroegste stadsgeschiedenis tevoorschijn gekomen. Het is voor de eerste keer in Oost-Nederland dat de complete bewoningsgeschiedenis van een middeleeuwse stad van het allereerste begin in de 14e eeuw tot in de 21e eeuw gedocumenteerd kan worden. . Zelfs in belangrijke en goed onderzochte steden als Deventer en Zutphen heeft deze kans zich nog nooit voorgedaan. Het onderzoek levert unieke informatie op over het ontstaan van middeleeuwse steden in het oosten van Nederland. Er kunnen voor het eerst vragen beantwoord worden, die al decennia lang wetenschappers bezig houden.
De opgraving heeft ook prachtige vondsten opgeleverd. Hoogtepunt vormen twee ringen uit de 15e eeuw. Het gaat om een met bloemen en gotische letters versierde gouden trouwring en een zilveren ring met een grote edelsteen erin.
Het door gemeente Oude IJsselstreek en wooncorporatie Wonion gefinancierde onderzoek wordt uitgevoerd door archeologisch bureau Archeodienst Gelderland. Op de locatie van de opgraving realiseert Wonion het nieuwbouwproject Walstaete.
“De unieke situatie in Terborg is te danken aan een samenloop van omstandigheden”, zegt projectleider Stephan Weiß-König van Archeodienst, “Het hout van de vroegste huizen is bewaard gebleven doordat Terborg op drassige veengronden gebouwd is en niet op zand zoals bij andere steden. In het zand vergaat het hout, in het veen niet. Bovendien is het gehele terrein na een grote stadsbrand in de 15e eeuw een meter opgehoogd met zand, waardoor de fundamenten van latere huizen de vroegste resten niet aangetast hebben”.
Er zijn zeven gebouwen vrijgelegd die naast elkaar aan de Hoofdstraat stonden. Het ging om boerderijen die in de 14e eeuw uit hout met lemen wanden opgetrokken waren. De deel, waarin ook het vee werd ondergebracht, lag aan de straat, terwijl het woongedeelte zich aan de achterkant van het gebouw bevond. Na de brand in de 15e eeuw zijn de boerderijen weer opgebouwd, waarbij nu een deel van de gebouwen uit baksteen bestond. “Baksteen was in die tijd nog een duur bouwmateriaal”, legt directeur van Archeodienst Willem-Simon van de Graaf uit. Bij enkele gebouwen zijn nog verschillende tussenfasen vastgesteld, waarbij steeds meer baksteen in het gebouw verwerkt werd. Deze langzame ontwikkeling van houtbouw naar steenbouw is nog zelden zo goed gedocumenteerd als nu in Terborg. Na een tweede grote stadsbrand in de 16e eeuw werd het terrein nogmaals opgehoogd en zijn de boerderijen vervangen door bakstenen burgerhuizen.
In de archieven zijn nog veel oude documenten over Terborg bewaard gebleven. Het Achterhoeks Archief levert een grote bijdrage aan het onderzoek door alle historische informatie te achterhalen die over het opgravingsgebied te vinden is. Door deze combinatie zal een zeldzaam gedetailleerde en complete bewoningsgeschiedenis van dit deel van Terborg gereconstrueerd kunnen worden.
Regioarcheoloog van de Achterhoek, Marc Kocken toont zich zeer verguld met de resultaten: “Ik heb me er sterk voor gemaakt dat hier een gedegen onderzoek zou plaatsvinden, bestaande uit archeologisch, bouwhistorisch en archief onderzoek. Ik had Terborg al eens het Pompeï van de Achterhoek genoemd. Het is geweldig dat de resultaten nu zelfs de verwachtingen overstijgen.”
Omdat het onderzoek zonder twijfel van nationaal belang is, zal ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed betrokken worden bij de uitvoering van een deel van het specialistische laboratoriumwerk dat na de opgraving moet plaatsvinden.
Persbericht Archeodienst Gelderland
www.archeodienst.nl